Wie zijn wij?
Geschiedenis
Herkomst van de Zendings-Diaconessen
1923-1935: Aanvang van het Nederlandse Zendings-Diaconessenwerk
De oorsprong van de diaconessen in Amerongen heeft een andere oorsprong dan die van de Kaiserswerther diaconessen. De diaconessen van de Kaiserswerther tak zetten in het verleden op vele plekken in Nederland ziekenhuizen op. De herkomst van het diaconessenwerk in Amerongen ligt in het laat negentiende eeuwse Oost-Pruisen en komt voort uit een opwekkingsbeweging die grote groepen jonge meisjes ertoe bracht hun leven in dienst van de Here Jezus te stellen. Deze ontwikkeling leidde op 20 oktober 1899 tot de opzet van een Gemeenschaps-Diaconessen-Moederhuis in Borken.
Na de dood van ds. C.F. Blazejewski, die samen met zijn vrouw verantwoordelijk was voor de stichting van het huis, werd de diaconessengemeenschap in 1900 door ds. Th. Krawielitzki overgebracht naar Vandsburg in Westpruisen. Wie wilde intreden in het zusterhuis in Borken, moest een persoonlijke bekering hebben meegemaakt.
Op 3 november 1923 komt zuster Johanna Bock, vanuit het Moederhuis ‘Hensoltshöhe’ in Gunzenhausen naar Nederland. Onder leiding van zuster Johanna worden overal in Nederland EC (Jeugdbond voor Ernstig Christendom) samenkomsten gehouden. Veel van de Duitse dienstmeisjes, die deze kringen bezoeken, worden later zelf ook diacones. In 1926 brengt zuster Johanna voor de eerste keer een bezoek aan het Zendingshuis in Amerongen en krijgt ze van een andere zuster te horen: ‘Het is mij innerlijk zo duidelijk dat je hier in Nederland een Moederhuis krijgt.’ Na enige jaren wordt dit werkelijkheid. Op 1 mei 1935 wordt het eerste en enige Nederlandse Moederhuis voor de diaconessen in Amerongen geopend.

1935 - 1955: Opbouw van het Nederlandse Zendings-Diaconessenwerk
Zuster Johanna Bock is de eerste huismoeder van de diaconessen in Amerongen. In de vooroorlogse tijd groeit het aantal gasten snel en het huis blijkt al snel te klein. De zusters staan dan ook geregeld hun kamers af aan de gasten en slapen zelf op stromatrassen op de zolder. Met behulp van diverse schenkingen wordt in 1938 een uitbouw bij het Moederhuis gemaakt. Ook wordt de term Moederhuis vervangen door Zendings-Diaconessenhuis.
In 1940 breekt de oorlog uit. De eerste oorlogsjaren verlopen vrij rustig, maar vanaf 1943 wordt het Zendings-Diaconessenhuis keer op keer gevorderd. Eerst door de Duitsers, in 1945 door Canadese officieren. Na de oorlog blijkt het moeilijk voor de zusters het eigen werk weer op te pakken in het Zendings-Diaconessenhuis. De diaconessen krijgen het dringende verzoek de verpleging van tbc-patiënten op zich te nemen. Vanaf 1945 vangen de diaconessen honderd patiënten op: vijftig in het Zendings-Diaconessenhuis en vijftig in speciaal geplaatste Zweedse noodbarakken aan de overkant van de huidige Jan van Zutphenweg. Een zo genoemd Nood Sanatorium. Pas in 1955 is de ergste nood voorbij en wordt het Nood Sanatorium opgeheven.
De verpleging van tbc-patiënten weerhoudt de zusters er overigens niet van om hun taken op het gebied van kinder- en jeugdwerk, verpleging van chronisch zieke ouderen, kraamverpleging en wijkverpleging fiks uit te breiden. Een aantal vooroorlogse posten dat voorheen diende voor het EC-werk, krijgt een nieuwe functie. Daarnaast worden vlak na de oorlog de volgende buitenposten geopend: Huize Oranjestein (Amerongen), Huize Irene (Den Haag), Huize de Schutse (Putten), De Hemelse Berg (Oosterbeek) en Ziekeninrichting Pniël (Rotterdam). Twee van de tbc-barakken van het voormalige Nood Sanatorium in Amerongen dienen vanaf 1955 voor de opvang van gasten, (lectuur) evangelisatiewerk en Bijbelvakantiekampen voor kinderen en jongeren.

1955 - 1980: Continuering van het werk
In 1955 ontvangt zuster Johanna Bock een Koninklijke onderscheiding voor haar inzet voor vriend en vijand tijdens de oorlog. Ze wordt benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In deze periode zijn veel diaconessen op verschillende buitenposten werkzaam. In 1962 krijgen de zusters voor het eerst een eigen opleiding tot ziekenverzorgster.
De taak van huismoeder valt zuster Johanna fysiek steeds zwaarder, maar ze weigert terug te treden. Ze ziet haar taak als een roeping. In 1978 draagt zuster Johanna de leiding van de zustergemeenschap uiteindelijk over aan zuster Francine van der Meer.
De invloed van deze zuster Francine op het beleid is merkbaar. Ze wil binnen het werk een grotere nadruk op evangelisatie en zending. Daarnaast bereikt ze dat er meer openheid komt naar andere kerkgenootschappen dan alleen de Nederlandse Hervormde Kerk. Ook komt er meer aansluiting bij de inwoners van het dorp Amerongen. Vooral de benoeming van ds. G. Kaastra in 1971 als predikant van het Zendings-Diaconessenhuis en in 1976 als eerste en enige huisvader van de diaconessen blijkt een goede beslissing.

Een mijlpaal in deze periode is de bouw van het zorgcentrum Elim bij het Zendings-Diaconessenhuis. Op 2 februari 1977 legt zuster Johanna de eerste steen voor dit zorgcentrum, waarbij een Bijbel wordt ingemetseld in het fundament. Immers zoals er in 1 Cor. 3:11 staat: 'Een ander fundament dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.' Op 1 september 1978 vindt de officiële opening plaats van het Bejaardentehuis ‘Elim’ te Amerongen.
1980-2010: Met het oog op de toekomst
De periode 1980 – 2010 brengt veel verandering met zich mee. In 1980 wordt zuster Johanna, na 66 jaar diacones te zijn geweest, Thuisgehaald door haar Heer. De eerste en enige huisvader, ds. G. kaastra overlijdt drie jaar later en ook zuster Francine van der Meer kan niet lang haar taak als huismoeder vervullen. Zij sterft, na een ernstige ziekte, in 1986.
Vanaf 1978 worden langzaamaan de buitenposten om diverse redenen gesloten of afgestoten.
Ondanks al deze moeilijke tijden, is er toch een lichtpuntje. In 1985 vindt de inwijding plaats van het nieuwe Moederhuis in Amerongen en in 1984 wordt in Rubengera (Rwanda) een zustergemeenschap met de naam Abaja ba Kristo (=dienaressen van Christus) gesticht. Verrassend genoeg wordt in 1995 ook weer een nieuwe post opgezet: ’t Arendsnest in Amsterdam. ’t Arendsnest biedt pastorale en psychosociale hulp aan mannen en vrouwen tussen 20 en 45 jaar.
In 2000 maakt de zustergemeenschap een bewogen tijd door en dit leidt tot een herbezinning van de tot nu toe gevaren koers. Gezien de veranderende maatschappij en het nog kleine aantal actieve zusters in de gemeenschap wordt nagedacht over de mogelijkheid tot het aantrekken van kortverband- diaconessen. Dit blijkt uiteindelijk een goed initiatief. Zo krijgt de zustergemeenschap vanaf 2008 versterking van drie jonge vrouwen. In 2009 fuseert ‘t Arendsnest met Stichting Timon.
Met het oog op de toekomst heeft zuster Johanna bij het veertig jarig jubileum van de gemeenschap gezegd (en dit geldt nu nog steeds): ‘Als wij op ons zelf zouden zien en op eigen kracht zouden vertrouwen, zouden wij niet ver komen. Maar daar staat Jezus en Hij zegt door Zijn Woord: 'Heb Ik u niet gezegd, dat gij indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult?' Indien gij gelooft! Dáár komt het op aan. Geloof is de zekerheid, die wij nodig hebben om niet op storm en golven te zien, maar de stap op de golven te wagen in het vertrouwen op Hem, die Zijn woord houdt.’
Laatst aangepast (03 mei 2010)
