Nieuwbouw

Zuster Johanna Bock geeft leiding aan de diaconessen in Amerongen. In de vooroorlogse tijd groeit het aantal gasten die allerlei conferenties, o.a. met Johannes de Heer, bijwonen. Het huis blijkt al snel te klein. De zusters staan geregeld hun kamers af aan de gasten. Ze slapen zelf op stromatrassen op de zolder. In 1938 wordt er een uitbouw gemaakt.

Verpleging tbc-patiënten

In 1940 breekt de oorlog uit. Vanaf 1943 wordt het Zendings-Diaconessenhuis keer op keer gevorderd. Eerst door de Duitsers, in 1945 door Canadese officieren. Na de oorlog krijgen de diaconessen het dringende verzoek om tbc-patiënten te gaan verplegen. Vanaf 1945 vangen de diaconessen honderd patiënten op: 50 in het Zendings-Diaconessenhuis en 50 in speciale Zweedse noodbarakken, een zo genoemd Nood Sanatorium. Pas in 1955 is de ergste nood voorbij en wordt het Nood Sanatorium opgeheven.

Buitenposten

Vlak na de oorlog worden er een aantal buitenposten geopend. Deze buitenposten krijgen de functie van rust- en herstellingsoorden. Het gaat om Huize Oranjestein (Amerongen), Huize Irene (Den Haag), Huize de Schutse (Putten), De Hemelse Berg (Oosterbeek) en Ziekeninrichting Pniël (Rotterdam). Twee van de tbc-barakken van het voormalige Nood Sanatorium in Amerongen dienen vanaf 1955 voor de opvang van gasten, (lectuur) evangelisatiewerk en Bijbelvakantiekampen voor kinderen en jongeren.

Terug

 

Diacones worden is geen beroep, het is een roeping. Je kiest niet voor werk van negen tot vijf, maar voor een levenswijze, waarbij je al je tijd en talenten in dienst stelt van God. zr. Anneke